Kriebelen

Kriebelen

Let op: de onderstaande tekst is een column, geen (nieuws)artikel.

Ondanks dat het net begin februari is, begint het voorjaar al aardig te kriebelen. Onze ooien, die eind februari aflammeren, liggen tevreden in het stro en lijken ieder moment uit elkaar te kunnen barsten. Nou, als dat geen eerste voorjaarstekenen zijn. 

Ook de koolmees met zijn bekende geluid hoor ik veelvuldig. Daarnaast komen de eerste bollen al royaal boven en staan de sneeuwklokjes al te bloeien. Met twee weken geleden nog een zaterdag van 10 graden, werden deze al volop bezocht door de eerste bijen.

Zo was onze imker afgelopen weekend bij ons om de kasten te inspecteren en kon hij enthousiast vertellen dat het erg goed ging met de kasten. Ik was blij hem te vertellen dat de eerste bijen al vlogen op onze sneeuwklokjes… en toen hoorde ik iets wat voor mij helemaal nieuw was en mij tot hele andere inzichten bracht.

In ons gesprek gingen we verder dat nu de hazelaar al bloeide en straks eerst de wilgen in bloei komen, samen met de eerste voorjaarsbollen. Daarna zijn de eerste bloeiende bomen, zoals de wilde kers, aan de beurt en vanzelf volgt de rest, tot we met andere bloeiende planten alweer in oktober zitten.

Maaaaaar, tussen neus en lippen door kwam mij ter ore dat de bij maar 8% van de bestuiving voor zijn rekening neemt. En nu zeg ik ‘bij’, maar daar bedoel ik zowel de wilde bij als de honingbij mee. Maar liefst 80% wordt gedaan door – ja ja – torren en kevers. Dat was even nieuw voor mij en ik hoop, als u dit leest, voor u ook. Slechts 8% door de bijen en wel 80% door torren en kevers.

Ik dacht gelijk aan een paar kevers, zoals de meikever, junikever, rozenkever, taxuskever en mestkever… Ja, onze “vrienden” uit de tuin, die in een jong stadium als engerling in de bodem verstopt zitten en waar wij volop aaltjes op inzetten ter bestrijding. Ook deze kevers maken een groot deel uit van de bestuiving van fruit en groente. Ik weet dat er gelukkig veel meer soorten zijn en niet alleen de soorten die ik net opnoemde, maar het geeft wel even een andere blik op mijn gedachten.

Dit is weer een uitdaging om mij verder in te verdiepen bij het ontwerpen van tuinen: om niet alleen rekening te houden met insecten zoals de bij, maar ook met torren en kevers. Nu zie je veel bijenhotels en bijenhuisjes in tuinen geplaatst; voor torren en kevers zouden we ook meer plekken kunnen creëren. Het zijn namelijk ook goede vrienden als het gaat om het bestrijden van plagen: zo eten veel keversoorten luizen en slakken.

Een tip van mij voor het nieuwe tuinjaar zou zijn: kijk of je voor nuttige keversoorten een plek kunt creëren om te wonen en zich voort te planten. En ja, de bovengenoemde soorten zijn we liever kwijt dan rijk.

Reageren? Mail de redactie via [email protected].
Op deze publicatie rust copyright.