Donor
- 20 maart 2018
- Tryfena van Huenen-Notten
"Mama, wil jij donor zijn?"
Mijn bijna 18 jarige zoon vraagt mij deze lastige vraag, we zitten met zijn tweetjes op de bank. Wat een lastig onderwerp, vooral omdat ik zelf nog niet zo zeker weet wat ik moet doen.
Het zijn dus best wel lastige vraagstukken. Want ik stel niet alleen de vraag 'wil ik donor zijn', ik stel mij ook de vraag "zou ik zelf donororganen willen?" Heeft u die vraag al gesteld aan uzelf? Ik namelijk wel, maar dat is een verdraaid lastige vraag om te beantwoorden. Want ook ik hou van het leven, ik heb een leuk leven, met een leuk gezin en leuk werk en alles wat erbij komt kijken. Kortom, ik wil echt nog lang niet dood. Maar wat nou als ik ineens ziek zou worden, en het blijkt dat ik een nieuw orgaan nodig heb, wil ik dat dan ook?
"Maar wat als mijn kind een nieuwe nier nodig heeft, zou ik dan nee zeggen"
Maar wat als mijn kind een nieuwe nier nodig heeft, zou ik dan nee zeggen? Ik denk dat ik mijn nier meteen zou schenken aan mijn kind. Dus, ik ben behoorlijk hypocriet. Bij leven schenk ik mijn kind wel een nier, maar na mijn dood moeten ze eraf blijven. Ikzelf heb ze dan tenslotte niet meer nodig, dus waarom ben ik er toch zo op tegen? Om eerlijk te zijn, kan ik niemand daar een antwoord op geven. Het is dus een soort hypocriet zijn. Maar hoe langer ik over het vraagstuk nadenk of ik wel een donor orgaan zou willen, hoe meer ik op het antwoord nee uitkom. Ik heb in mijn omgeving een aantal keren meegemaakt dat na het verkrijgen van een donororgaan de ontvanger binnen 5 jaar alsnog overleed, maar de verlengde jaren waren nou niet wat ik leefbaar zou noemen. Ik zou dat zelf niet willen, dan liever kort maar krachtig, dan lang en slopend.
Natuurlijk weet ik echt wel dat er succesverhalen zijn, maar toch kom ik echt uit op nee, ik wil geen organen van iemand anders. Je organen zijn zo specifiek voor jou, ze passen eigenlijk maar in 1 lichaam, je eigen lichaam. Na lang nadenken heb ik mijn zoon een antwoord kunnen geven, nee lieverd, ik wil geen orgaandonor zijn, na mijn dood gaat alles met mij mee het graf in. Maar ik wil ook geen organen van iemand anders. Als ik zo ziek wordt dat ik een orgaan nodig zou hebben, dan kies ik voor de verkorte versie van mijn leven. Maar bij mijn leven een nier afstaan zou ik nog wel overwegen. Maar na mijn dood, dan ga ik de wereld af, zoals ik hem opgekomen ben. Dan is het even stil tussen ons, maar lieverd, als jij graag orgaandonor wilt zijn, dan mag jij daar van mij echt wel voor kiezen. Mijn waarheid is niet de absolute waarheid.
En wat je ook kiest, ik zal jou keuze respecteren, ongeacht hoe ik er zelf over denk. Dan veranderd ons gespreksonderwerp weer naar iets luchtigs en eerlijk gezegd, daar ben ik blij om.
