Plasje naar de dokter
Joop Hekkelman.

Plasje naar de dokter

Let op: de onderstaande tekst is een column, geen (nieuws)artikel.

De gezondheidszorg in ons land heeft veel kritiek te verduren. Vooral omdat de verzekeraars en de politiek het voor het zeggen willen hebben. Ouderenzorg, medicatie voorschrijven, wat mag er wel of juist niet in het verzekeringspakket, zij willen overal een vinger in de pap. Het monopoly van de farmaceutisch industrie is daarbij een blok aan het been, of juist een argument om impopulaire maatregelen door te drukken. De vergrijzende samenleving is het andere populaire onderwerp waarachter vooral politici, maar ook de verzekeraars, zich verschuilen om een bureaucratisch monster te creëren waarmee patienten worden belast.

De regels van de marktwerking schrijven voor dat aan zorg verdiend moet worden. Daar past kennelijk geen gevoel van ‘samen’ bij. Niemand lijkt bij machte of is bereid gezondheidszorg  een zaak van solidariteit te maken.

"Ik dacht even terug aan een tijd dat een huisartsenpraktijk bestond uit één arts en één assistente"

Angst voor het maken van administratieve fouten (die zijn duur) zorgt er ondertussen voor dat letterlijk alles wat in de ‘bussiness’ omgaat geregistreerd moet worden. Een beetje huisartsenpraktijk, de frontlinie van medisch Nederland telt, wellicht daardoor, inmiddels minstens drie artsen, enkele praktijkondersteuners, administratieve krachten en meerdere baliemedewerkers. Zij allen werken hard om hun werk volgens vastgestelde protocollen te laten verlopen. Echter, zij slaan door.

Onlangs moest ik als mantelzorger het plasje van iemand naar de dokter brengen. Niemand aanwezig die mij te woord kon staan. Op de balie las ik in vetgedrukte letters de melding dat het team  dagelijks rond dit tijdstip, midden op de voormiddag, bij elkaar zit voor werkoverleg. Er is geen tijd om met patienten bezig te zijn. 

Achter een muur hoorde ik vrolijk gegiechel dat leek op een verjaardagsfeestje. De werksfeer was goed. Het vooruitzicht van wachten, om die reden, deden mijn haren rijzen. 

Stiekem wilde ik het flesje op de balie achterlaten. Het was immers voorzien van naam en adres. Vroeger deed ik dat ook zo. Voordat ik mij uit de voeten maakte klonk een vermanende stem. Big Brother! Er moest een formulier worden ingevuld. De medische vragen die werden gesteld begreep ik niet. Alle gegevens zijn bekend in het patientendossier en de dokter was in de voorbije week al drie keer op bezoek geweest. Toch werd de procedure voortgezet.

 

Ik dacht even terug aan een tijd dat een huisartsenpraktijk bestond uit één arts en één assistente, die samen van elke patient alles wisten. Geen lijstjes met overbodige vragen. Een half woord was genoeg.

 

Reageren? Mail de redactie via [email protected].
Op deze publicatie rust copyright.