Winderigheid
Joop Hekkelman.

Winderigheid

Let op: de onderstaande tekst is een column, geen (nieuws)artikel.

Langs de N348 van Brummen tot Eefde zijn afgelopen najaar bomen geplant. Het stelt een kunstwerk voor, Het Witte Lint. Dertienhonderd witbloeiende meidoorns sieren straks de boorden van het asfalt. De natuurlijke groeiwijze van een boom is verticaal. Bij dit project is bedacht de stammetjes schuin in de grond te steken. Ze vallen vervolgens over witte betonnen paaltjes. Met elkaar, zo is de bedoeling, ontstaat een uniek en kunstzinnig landschap. Er is wat voor te zeggen. Ware het niet dat de natuur zich niet zo gemakkelijk laat dwingen. De eerste de beste storm die langs joeg deed de boompjes zijwaarts zakken, langs de witte paaltjes. Het landschappelijke kunstwerk blijkt niet bestand tegen de elementen, zelfs niet die, welke voorzienbaar zijn. Op de plek waar ook windmolens zijn gepland, mag je immers veel wind verwachten.

Er is 1,6 miljoen euro besteed aan een manier van bomenplanten die niet direct voor de hand ligt. Men is twee maanden na de aanplant al begonnen met herstelwerkzaamheden. Met palen en band worden de stammen in de gewenste groeirichting gedwongen. De vraag waarom de meidoorn niet gewoon rechtop in de grond is gezet, is een logische. Zijn kleur zal er namelijk niet anders van worden, en de kosten blijven beheersbaar.

Voor- en tegenstanders van deze projectinrichting vallen over elkaar heen. Mensen die verstand van bomen hebben betwijfelen de levensvatbaarheid. De woordvoerster van de Provincie zegt dat er lang is nagedacht over de plantwijze. De boomkweker en leverancier van het plantmateriaal vertelt dat er nog nooit een dergelijk project is uitgevoerd, er is geen ervaring, maar met de levensduur van de boompjes zal het wel meevallen. Ik schat in dat hij een hectare meidoorns achter de hand heeft voor vervangend onderhoud. Lang nadenken in theoretische modellen zonder de praktijksituatie na te bootsen is risicovol.

Dat er geen ervaring zou zijn met scheefgroei van bomen is niet helemaal waar. Ooit hield ik me bezig met bosbouwsubsidies. Bij controle werd nog wel eens opzij gezakt plantmateriaal aangetroffen waar geen toekomst meer in zat. Op de vraag waarom er geen onderhoud werd gepleegd antwoordde een bosbouwer: “Ik kan er niets aan doen. Het ligt aan de winderigheid van de groeiplaats.”

Alle betrokkenen doen ongetwijfeld hun stinkende best om het ‘witte lint’ te laten slagen. Dat wordt wel oppassen. De combinatie van winderigheid en blinde ambitie kan namelijk gevaarlijk uitpakken. Beiden kunnen ‘vreemde luchtjes’ doen opstijgen. Hopelijk is de natuur de scheve meidoorns langs de N348 toch nog goed gezind. Op een project waarvan ons nog jarenlang onbestemde geurtjes achtervolgen zitten we immers niet te wachten.

Reageren? Mail de redactie via [email protected].
Op deze publicatie rust copyright.