Het vakmanschap achter de midwinterhoorn
- Nieuws
- 5 januari 2026
- Mattijs Janssen
JOPPE - Zaterdag 29 november blies de Midwinterhoorngroep Lochem het seizoen in voor het gemeentehuis in Lochem. De periode waarin de midwinterhoorn klinkt, loopt meestal van de zaterdag voor de Advent (eind november) tot Driekoningen op 6 januari.
Gijs van Woerkom is het langst zittende lid van de vereniging en samen met Dinant Beunk een van de oprichters. “Destijds waren we overburen en hoorde ik een raar geluid.” Gijs liep erop af, het klonk namelijk vanuit Dinants tuin. Gijs, die in die tijd trompet speelde in een drumband, kende de blaastechniek al een beetje. “Dus ik dacht: ik probeer het eens.” Niet veel later werd de vereniging opgericht met zo’n zes man. Inmiddels is Gijs al 40 jaar lid en daarmee het langst zittende lid. “Het leuke is dat het maar een korte periode per jaar is. Dat maakt het aangenaam en goed vol te houden door de jaren heen. Daarnaast vind ik het een belangrijke traditie die in ere moet worden gehouden.”
De eerste hoorn waarop Gijs speelde, maakte hij zelf. “Ik ben de hele week in de schuur aan het hakken en snijden geweest.” Die hoorn heeft hij nog steeds, al speelt hij tegenwoordig op een andere.
Zelf een hoorn maken
Binnen de vereniging staat vooral Wim de Greeff bekend als hoornbouwer. In zijn 25 jaar lidmaatschap maakte hij talloze hoorns. “Ik ben na een tijdje gestopt met tellen.” Elk seizoen kwamen er wel drie tot vier nieuwe bij, en nog steeds maakt Wim één tot twee hoorns per jaar. Zijn eerste hoorn was wat zwaar, en het mondstuk maakte hij van een stuk elektrische pijp. “Ik hoorde later dat het mondstuk van vlierhout moest worden gemaakt,” lacht Wim. “Met de jaren word je steeds beter.”
Het maken van een hoorn begint voor Wim met het vinden van de juiste stam: berk, wilg of els, en liefst eentje die al een beetje de vorm van een hoorn heeft. Veel stammetjes vindt hij gewoon in de omgeving, sommige zelfs in het bos naast zijn huis. Het maken van een hoorn kost 25 tot 30 uur, zonder de droogperiode, die kan zomaar een jaar duren. Daarna gaat de schors eraf en brengt Wim de stam met een haalmes en rasp in vorm. Vervolgens wordt alles gladgeschuurd. Dan wordt de stam doormidden gezaagd en met een guts uitgehold. Dat is precies werk, want de wanden mogen niet te dun worden. Wim werkt volledig op gevoel, wat in al die jaren nog nooit misgegaan is.
Uit den boze
Daarna worden de twee helften weer aan elkaar gelijmd en met speciale slangklemmen vastgezet. Na een halve dag drogen kan de buitenkant opnieuw worden geschuurd en in de lak worden gezet. “Alleen de buitenkant. De binnenzijde lakken is echt uit den boze.” De binnenkant schuurt Wim wel altijd. “Zo heb je minder weerstand en blaast het makkelijker.” Tot slot gaan de wikkels eromheen voor de sier. Vroeger waren die nodig om de helften bij elkaar te houden, maar door de moderne lijm is dat niet meer nodig.
Een minder bekende variant is de lattenhoorn. Die wordt gemaakt van meerdere losse latten. Wim ontwikkelde er zelf een mal voor waar de latten omheen worden gelijmd. “Ik vond het leuk om eens te proberen, maar het is wel veel meer werk.”
Achterhoeks geluid
Het geluid van de midwinterhoorn hoort echt bij deze streek, vertelt Wim. “We speelden ooit op een schoolplein in Hilversum.” Daar kwam een vrouw met tranen in haar ogen naar Wim toe. “Ze vond het zo mooi klinken en herkende het meteen, omdat haar roots in de Achterhoek liggen.” Wim zelf kwam in aanraking met de midwinterhoorn tijdens de Puttenwandeling in Laren, samen met zijn vrouw. Niet veel later werd hij lid van de vereniging. Ook Gijs heeft warme herinneringen aan die wandeling. “Het is een grote wandeling en dan komen meerdere verenigingen samen. Dat is altijd erg gezellig.”
De dikte van de wand en de lengte van de hoorn hebben grote invloed op het geluid. Een langere hoorn heeft een lagere begintoon en kan wel een halve octaaf verschillen van een kortere. Ook het soort hout speelt een rol. Midwinterhoorns blazen dan ook nooit tegelijk. ‘Zé bloast um de beurte de bosschop vedan, dat ‘t duuster mot goan want ‘t lech kump d’r an.’ De hoorns van Wim zijn te herkennen aan een ingebrand lelieblad, zowel in de hoorn als op het mondstuk.
