Lichtjes op de Gemenebest begraafplaatsen
Barchem (25 Kaarsjes)

Lichtjes op de Gemenebest begraafplaatsen

Met name in het westen van Nederland werd tijdens de laatste oorlogswinter, die van 1944-45, grote honger geleden. Naar schatting kwamen twintigduizend mensen om door honger en kou. De barre oorlogswinter kwam bekend te staan als de Hongerwinter.

In de zomer van 1944 was er nog een jubelstemming door het land gegaan. Na de landing in Normandië, D-Day, rukten de geallieerden in hoog tempo op en leek de bevrijding aanstaande. De verhalen over het naderende einde van de oorlog, waren zo hardnekkig dat tijdens Dolle Dinsdag (5 september 1944) duizenden NSB’ers alvast de benen namen, in de hoop hun hachje te redden. De oorlog zou echter nog een hele lange, zware winter voortduren.

Spoorwegstaking

Om de nazi’s tegen te werken werd in september 1944 vanuit Londen opgeroepen tot een grote spoorwegstaking. Ruim dertigduizend mannen gaven gehoor aan de oproep die via Radio Oranje was verspreid. Hierdoor kwam ook het transport van steenkool vanuit Zuid-Limburg stil te liggen. Arthur Seyss-Inquart (1892-1946), de Rijkscommissaris van Nederland, was woedend en stelde een strafmaatregel in. Alle voedseltransporten per schip werden stilgelegd. Aangezien het vervoer over de weg vanwege benzinetekort al langer stillag, had deze maatregel zeer grote gevolgen. De sfeer in het bezette Nederland werd in deze periode steeds grimmiger. Door het vertrek van veel NSB’ers lapten steeds meer inwoners de samenscholingsverboden aan hun laars. En het verzet werd harder, waarop de bezetter weer reageerde met zwaardere represaille-maatregelen. Stakers werden zwaar gestraft en willekeurige executies waren aan de orde van de dag. 

Tekorten

In de loop van de oorlog waren tekorten ontstaan. Steeds meer producten kwamen ‘op de bon’, waardoor ze alleen nog te verkrijgen waren met voedselbonnen die verstrekt werden door de overheid. Ook suiker kwam op de bon, net als boter, vlees en vis. En echte koffie was een luxe die de meeste mensen zich niet meer konden veroorloven. In de loop van 1944 werd het steeds erger. In augustus werd de gasvoorziening stopgezet, waardoor men niet meer kon koken op het fornuis. In oktober hield ook de elektriciteit ermee op.

Nat en koud

De winter van 1944 bleek letterlijk en figuurlijk hard. Met alle macht probeerde men het in huis nog warm te houden, maar dat was niet eenvoudig. Veel stedelingen profiteerden wel van de verduistering die door de bezetter was ingesteld. ’s Nachts was het hierdoor buiten zeer donker, waardoor men in parken en plantsoenen vaak ongezien illegaal bomen kon kappen (en snel in het donker kon verdwijnen als men toch werd gesnapt). Het Nieuws van de Dag schatte in maart 1945 dat zo’n 20.000 van de 34.000 bomen in Amsterdam tijdens de winter in de kachels waren beland. Ook werd veel hout gesloopt uit leegstaande huizen van weggevoerde Joden. Zoldervloeren, trapleuningen, deuren, kozijnen: alles wat kon branden was waardevol. Koken kon alleen nog bij kleine noodkacheltjes. En zo gebeurde dit ook in Lochem en omgeving.

Vorst

Na de troosteloze en gure novembermaand trad in december de vorst in. Die zou twee maanden aanhouden. Toen duidelijk werd dat een echte hongersnood aanstaande was, besloot Seyss-Inquart het voedsel vervoer over het IJsselmeer weer toe te staan. Vanuit het platteland kon zo, was het idee, toch weer wat voedsel naar de hongerende bevolking in het westen van het land worden gebracht. De schippers aarzelden aanvankelijk om de voedseltransporten over water op te starten, uit angst voor handlangers van de bezetter die het voedsel in beslag konden nemen. Na een garantie van de Rijkscommissaris dat vervoer veilig was, gingen de schippers toch aan de slag. Maar het was eigenlijk te laat. De aanhoudende vorst maakte het varen over het IJsselmeer rond Kerst al onmogelijk. De ijslaag was simpelweg te dik voor de schepen om doorheen te varen.

Kinderen roven de houtblokjes tussen de tramrails weg | PR
Kinderen roven de houtblokjes tussen de tramrails weg

Het voedsel werd in de hongerende gebieden zo alsmaar schaarser en slechter. Winkels gingen suikerbieten en tulpenbollen verkopen ter vervanging van aardappels. De meeste mensen waren aangewezen op gaarkeukens. In Lochem was de noodkeuken aan de Tramstraat,in de voormalige slagerij van Schekman. Behalve door de Lochemse Noodkeuken werd natuurlijk in die dagen, en in de bezettingsjaren daarvoor, op ruime schaal hulp verleend door onze boeren uit de omtrek. Daar de distributie steeds minder werd zocht men vaak hulp bij hen.Maar ook voor de boeren werden de voorraden steeds minder. Mensen kwamen ook uit het westen hier naar toe voor voedsel. Deze mensen waren blij met soms een beetje rogge, stukje spek en soms wat tarwe, dat in die tijd meer waard was dan goud of zilver. Door Lochemse vrouwen werden maaltijden, met vindingrijke handelingen verricht. Van Rogge werd van alles bereid. Roggekoffie, roggepap, roggepannekoeken, koek, ect. Zelfs werd er jenever geprobeerd te maken, en werd door de stadsomroeper bekendgemaakt dat er af en toe paardenvlees was. Men moest maar zien hoe men de winter door kwam.

Geallieerde opmars

De geallieerde legers brachten de strenge winter door rond Groesbeek. In de molen van Groesbeek werden de plannen gemaakt voor de grote aanval naar het Reichswald en dan via de Rijn Nederland binnen te vallen. De Operatie werd Veritable genoemd en startte op 8 februari 1945. Een zware strijd en op 24 maart 1945 was men over de Rijn. Het midden en noorden van Nederland worden in april en begin mei 1945 bevrijd. De Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken capituleerden op 4 mei op de Lűneburger Heide. Deze capitulatie trad in werking op 5 mei om 08:00 uur. Tussen medio september 1944 en mei 1945 kwamen bij de gevechten in Nederland ongeveer 13.000 geallieerden om het leven.

Bergen op Zoom (2400 kaarsjes) | PR
Bergen op Zoom (2400 kaarsjes)
 
Cross of Sacrifice | PR
Cross of Sacrifice
 
Groesbeek (25 Kaarsjes) | PR
Groesbeek (25 Kaarsjes)
 
Jonkerbos  Fl/Sgt William Hurrel (1543 Kaarsjes) | PR
Jonkerbos Fl/Sgt William Hurrel (1543 Kaarsjes)
 
Lochem (6 Kaarsjes) | PR
Lochem (6 Kaarsjes)
Holten (1394 kaarsjes) | PR
Holten (1394 kaarsjes)

Lichtjes op de Gemenebest begraafplaatsen Kerstavond

Het plaatsen van kaarsjes op begraafplaatsen gebeurt al vele decennia in ons land. Vaak voor een dierbare, een familielid, vriend, kennis, etc. Maar het gebeurde eigenlijk nooit op begraafplaatsen waar geallieerde soldaten liggen begraven.

Holten, Canadese begraafplaats

Het initiatief van de lichtjesavond was de van oorsprong Finse Lena van Dam. Zij was op de begraafplaats en kwam de namen tegen van Finse soldaten. In totaal zeven soldaten van Finse komaf. De ouders zijn destijds waarschijnlijk geëmigreerd naar Canada. Zij zijn in dienst gegaan en hebben Nederland mede bevrijd. Op deze graven wilde Lena een kaarsje plaatsen en vroeg dit aan bij de eigenaar van de begraafplaats, The Commonwealth War Graves Commission. Dit liet nogal op zich wachten, maar uiteindelijk mocht ze die bij de zeven soldaten plaatsen. Dit heeft ze vijf jaar lang gedaan en werd het overgenomen door de WAF ( Welcome Again Veterans). Het groeide uit tot een eervol mooi gebaar. Alle graven werden voorzien van kaarsjes en dit wordt door de schoolkinderen gedaan. Ook de andere grote begraafplaatsen, zoals Groesbeek, Bergen op Zoom, Oosterbeek Jonkerbos krijgen een kaarsje. Inmiddels ook in heel Nederland en op burgerlijke begraafplaatsen waar gesneuvelde militairen liggen begraven worden hiervan voorzien. Zo ook in Barchem en Lochem. Familieleden in Canada en de andere commonwealth landen, die hun dierbaren thuis met Kerst herdenken, waren overdonderd dat men dit in Nederland deed. Als de vraag kwam, ”waarom doen jullie dit”? kan men niet anders zeggen dan. 

”Opdat wij hen met kerst ook niet vergeten. En we mogen hen eeuwig dankbaar zijn.”

Het is voor een ieder toegankelijk en respectvol om met familie, kinderen, ect. daarbij aanwezig te zijn.

Bronnen: ICB en Historiek

Op deze publicatie rust copyright.