Zutphen onderzoekt eigen rol naar onteigening Joodse woningen na oorlog
Voor de huizen van gedeporteerde Joden liggen herdenkingsstenen.

Zutphen onderzoekt eigen rol naar onteigening Joodse woningen na oorlog

In de Tweede Wereldoorlog zijn er 95 woningen van Zutphense Joden onteigend door de gemeente. Dat blijkt uit documenten uit de Verkaufsbücher van het Nationaal Archief. De gemeente start nu een onderzoek naar deze zwarte bladzijde in de geschiedenis.

Verspreid over heel Nederland werden na de oorlog woningen van gedeporteerde Joodse inwoners door de gemeente doorverkocht. Ook moesten Joden die de holocaust overleefd hadden en terugkwamen vaak hun achterstallige belasting betalen. Met een onderzoek moet duidelijk worden hoe dit in Zutphen is gegaan, en waar mogelijk nog nabestaanden gecompenseerd kunnen worden.

'Verplichting aan nabestaanden'

Grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag deden eerder een soortgelijk onderzoek. Zutphen gaat nu samen met Apeldoorn en Deventer de rol van de gemeente onderzoeken. "De onteigening van woningen van Joodse inwoners en het navorderen van belastingen in en direct na de Tweede Wereldoorlog is een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis", vertelt burgemeester Annemieke Vermeulen.

Met het onderzoek moet duidelijk worden hoe de verkoop van de 95 woningen, waarvan 4 in Warnsveld en de rest in Zutphen, is verlopen. "Dat zijn we verplicht aan de nabestaanden. Daarom hopen we dit zo compleet mogelijk in beeld te brengen, samen met Apeldoorn en Deventer", aldus Vermeulen. Het onderzoek zal ongeveer een half jaar in beslag nemen.

Op deze publicatie rust copyright.